Een ijsvogel zien tijdens een winterwandeling is een klein geluksmoment. Felblauw, razendsnel en altijd langs het water. Juist in de winter laat deze bijzondere vogel zich vaak goed zien. Ondanks de naam suggereert, kan een lange periode met ijs en vorst fataal zijn voor de vogel. Gelukkig kun jij helpen.
Waarom is ijs gevaarlijk voor de ijsvogel?
De ijsvogel kan prima tegen lage temperaturen. Zijn probleem zit niet in de kou, maar in het dichtvriezen van het water. IJsvogels leven van kleine visjes die ze vangen in sloten, beken, vijvers en rivieren. Vanaf een lage tak of overhangende struik speurt hij het water af. Ziet hij een prooi, dan volgt een razendsnelle duik. Maar zodra het water dicht ligt met ijs, stopt de voedselvoorziening abrupt. Zonder vis houdt een ijsvogel het maar kort vol.
Waar zie je ijsvogels in de winter?
In Overijssel vind je ijsvogels vooral langs helder, rustig water met beschutte oevers. Denk aan beekdalen, oude rivierarmen, sloten in natuurgebieden en rustige plassen. Zie je een ijsvogel regelmatig op dezelfde plek zitten? Dan is dat waarschijnlijk zijn vaste jachtgebied en precies daar is open water van levensbelang.
Maak een wak
Tijdens vorstperiodes kun je de ijsvogel helpen door een wak te maken. Dat kan in een sloot, vijver, beek of andere watergang waar ijsvogels jagen. Is er al een opening in het ijs, bijvoorbeeld bij een duiker of langs oeverbegroeiing? Probeer die dan open te houden.
Breek het ijs. Duw de losse ijsschotsen onder het ijs, zodat het wak niet meteen weer dichtvriest en de ijsvogel goed zicht houdt op het water. Een opening van één vierkante meter is vaak al genoeg. Voor een goede uitkijkplek voor de ijsvogel kan je een tak boven het wak plaatsen.
Waarom heet de ijsvogel zo?
De naam ‘ijsvogel’ heeft niets met kou te maken. Het woord komt van het Germaanse Eisenvogel, waarbij ‘eisen’ (ijzer) verwijst naar de metaalachtige glans van zijn felblauwe verenkleed.