Een bomenrij heeft een belangrijke functie in het landschap. Een bomenrij maakt het landschap beleefbaar en leesbaar. Diverse vogels en zoogdieren maken er gebruik van. Het biedt beschutting en schaduw voor vee. Lanen zijn wegen die aan beide zijden met een of meerdere rijen bomen zijn beplant. Lanen zijn van cultuurhistorisch belang. Zij werden niet alleen aangeplant uit esthetische motieven, maar dienden ook als beschutting tegen weersinvloeden en voor de houtproductie. Lanen zijn belangrijke onderdelen van landgoederen en geven vaak de structuur aan. Naast cultuurhistorisch belang is een (oudere) laan ook belangrijk voor natuurwaarden: in de oude bomen met holten vinden vogels en vleermuizen hun onderkomen. Daarnaast zijn ze van belang voor op bomen groeiende mossen en korstmossen. De oude lanen waar jaarlijks weinig strooisel blijft liggen zijn van groot belang voor zeldzame mycorrhiza paddenstoelen.
Landschap: Maten en flierenlandschap (Beekdallandschap), Jong ontginningslandschap, Klei-ontginningslandschap, laagveenontginningslandschap, Hoogveenontginningslandschap, Veenkoloniaal landschap.
Hoofdsoorten: beuk, zomereik, winterlinde, gladde iep, zwarte els.
Plantwijze: een bomenrij heeft minimaal 6 bomen, een laan minimaal 12. Een laan kan in driekhoeksverbandworden aangeplant, of in blokverband waarbij de bomen tegen over elkaar staan.
Plantafstand: om bomen goed de ruimte te geven moet de plantafstand minimaal 10 meter zijn.
Volgroeide breedte: bomen in een rij en laan worden zo’n 10 tot 15 meter breed.
Volgroeide hoogte: afhankelijk van de soort. 20 tot 30 meter.
Beheer: bomen in rijen en lanen hebben de eerste jaren onderhoud snoei nodig. Hierbij worden kruisende takken verwijdert. Na verloop van tijd worden deze bomen veelal opgekroond. Dit betekent dat de onderste takken aan de stam worden weggesnoeid zodat langs de rij en door de laan een pad begaanbaar blijft.