De mens heeft vanaf de tijd van de grote ontdekkingsreizen planten en dieren verplaatst over de aarde. Deze ‘exoten’ kunnen ecosystemen in de war brengen en inheemse planten en dieren verdringen. Sommige exoten hebben geen natuurlijke vijanden, waardoor ze zich gemakkelijk kunnen uitbreiden. Dieren als de muskusrat of de Canadese gans, maar ook planten zoals de Japanse duizendknoop of de Kaukasische reuzenberenklauw, verdringen de oorspronkelijke flora en fauna in Nederland. Daarnaast kunnen exoten ziektes meebrengen, zoals de kreeftenpest en het ranavirus, waardoor inheemse populaties, die geen afweer tegen deze ziektes hebben, uitsterven. Bovendien kunnen uitheemse roofdieren inheemse soorten als prooi opeten. Zo leeft de Amerikaanse zonnebaars in het voortplantingswater van de boomkikker en de knoflookpad, en eet hier hun eitjes op. Ook de exoot de waterplant watercrassula breidt zich onstuitbaar snel uit, waardoor vennen dichtgroeien en een heel systeem onomkeerbaar wordt aangetast. De oorspronkelijke soorten hebben dan geen kans meer op overleving.