Een haag is veel meer dan een groene afscheiding. Voor insecten, vogels en kleine zoogdieren kan zo’n lijn van struiken midden in het agrarisch landschap een wereld van verschil maken. Onderzoek bewijst dat er veel natuurwinst valt te behalen door hagen, bloemstroken en andere landschapselementen terug te brengen.
Onderzoek
Robin Lexmond bracht voor haar promotie-onderzoek drie jaar lang het insectenleven in de Ooijpolder bij Nijmegen in kaart. Op 24 locaties plaatste ze insectenvallen bij hagen, bloemstroken en op plekken zonder landschapselementen. Acht keer per jaar verzamelde en woog ze de vangsten. Zo kon ze goed vergelijken waar de meeste insecten voorkwamen.
Landschapselementen
De cijfers spreken voor zich: in hagen zitten twee keer zoveel insecten als op plekken zonder landschapselementen. In bloemstroken zijn dat er anderhalf keer zoveel. De verschillende landschapselementen trekken bovendien verschillende soorten insecten aan.
En dat werkt door. Insecten vormen voedsel voor vogels en kleine zoogdieren, terwijl hagen tegelijk beschutting, nestgelegenheid en veilige routes door het landschap bieden. Zo kan een netwerk van hagen en andere landschapselementen de biodiversiteit in het agrarisch gebied een flinke impuls geven.