Op de Lemelerberg en bij Beerze start dit jaar een pilot om jeneverbessen te verjongen. Door het zogenoemde afleggen van takken wil Landschap Overijssel zorgen dat deze bijzondere struik ook in de toekomst behouden blijft in het landschap.

Een bijzondere struik met een kwetsbare toekomst

De jeneverbes is een karakteristieke soort van droge, schrale gronden en heeft een bijzondere plek in de natuur van Overijssel. De soort staat op de Rode Lijst en komt voor in verschillende natuurgebieden van Landschap Overijssel met een Natura 2000-aanwijzing, waaronder de Lemelerberg en Beerze. Juist in deze gebieden is het belangrijk om de kwaliteit van het jeneverbesstruweel te verbeteren en waar mogelijk uit te breiden.

Hoewel het totale oppervlak aan jeneverbesstruiken de afgelopen decennia ongeveer gelijk is gebleven, neemt de kwaliteit af. De jeneverbes vergrijsd. Een jeneverbes kan honderden jaren oud worden, maar zonder jonge aanwas verdwijnt de soort op termijn alsnog uit het landschap.

Afleggen: een oude techniek in een nieuw jasje

Een van de manieren om verjonging te stimuleren is het afleggen van jeneverbessen. Dat klinkt misschien rigoureus, maar het is een methode om planten te vermeerderen. Bij deze techniek blijven takken aan de moederstruik vastzitten, terwijl ze de kans krijgen om wortels te vormen.

Op terreinen van Landschap Overijssel voeren vaste vrijwilligers in de natuurgebieden deze werkzaamheden uit. Voordat ze aan de slag gaan worden zo opgeleid in de techniek van het afleggen. De kennis daarover heeft Landschap Overijssel opgedaan bij het Jeneverbesgilde uit Drenthe en Landschapsbeheer Drenthe, organisaties die al ervaring hebben met deze methode.

Zo werkt het afleggen

Bij het afleggen worden eerst geschikte takken geselecteerd. Het gaat om laaghangende takken die voldoende licht ontvangen. Deze takken worden aan de onderzijde licht verwond en vervolgens ingegraven tot op de minerale bodem. Dat stimuleert de wortelvorming. De ingegraven takken worden afgedekt met grond of plaggen die zijn verwijderd om de tak in de bodem te kunnen leggen, zodat vocht en warmte beter worden vastgehouden.

Na het afleggen worden de takken gemarkeerd en worden de exacte locaties vastgelegd. Zo kan de ontwikkeling in de komende jaren nauwkeurig worden gevolgd.

Een kwestie van geduld

Het afleggen van jeneverbessen is geen snelle oplossing. De methode vraagt tijd en geduld. Er is nog weinig ervaring met deze vorm van verjonging en de reactie van de plant verloopt langzaam. Het kan jaren duren voordat een afgelegde tak daadwerkelijk wortels vormt. Soms richt een tak zich al op, terwijl hij ondergronds nog niet is aangeslagen.

Na drie jaar wordt beoordeeld of een tak succesvol is geworteld. Eerder opgraven om te controleren zou de jonge wortels kunnen beschadigen. Wel worden de afleggers jaarlijks gemonitord om de ontwikkeling te volgen.

Verspreid over Beerze en de Lemelerberg

In deze pilot worden jeneverbessen afgelegd op verschillende locaties binnen de natuurterreinen Beerze en de Lemelerberg. Per terrein worden tien locaties gekozen. Op elke locatie worden tien tot vijftien takken afgelegd. In totaal gaat het om ongeveer 250 afleggers verdeeld over twintig locaties.

De locaties zijn bewust zeer verschillend: noord en zuid, zon en schaduw, hoog en laag, en op verschillende bodemtypen. Door deze spreiding kan later worden onderzocht welke omstandigheden het meest gunstig zijn voor succesvolle verjonging.

Een struik met een lange geschiedenis

De jeneverbes komt in Nederland vooral voor op droge, schrale heidegronden. In de 18e en 19e eeuw leidde het intensieve gebruik van deze gronden soms tot zandverstuivingen, waarin de jeneverbes zich goed kon handhaven en uitbreiden. In de loop van de 20e eeuw veranderden die omstandigheden. Heide werd ontgonnen, bossen breidden zich uit en de bodem verzuurde. Daardoor kreeg de jeneverbes het op veel plekken steeds moeilijker.

Jeneverbestruweel hoort bij een goed heidelandschap met droge heide. Juist dat er meerdere struiken bij elkaar groeien is belangrijk. Het zorgt voor een unieke vochtigheid en microklimaat waar mossen groeien zoals gekroesd gaffeltandmos. Ook voor vogels is het belangrijk. Zo is het een nestgelegenheid voor staartmezen en vindt de zomertortel en een rustige plek.