Landschap

Het hoogveenlandschap

Na afloop van de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden, werd het klimaat warmer en ontwikkelde zich een gesloten vegetatiedek. Door het afsmelten van de ijskappen steeg de zeespiegel en als gevolg hiervan ook de grondwaterspiegel. In de uitgestrekte, laaggelegen gebieden van Overijssel vormden zich dikke lagen veen. Deze veenvorming begon ongeveer 6.000 jaar geleden en ging door tot omstreeks het jaar 1000 n. Chr. In eerste instantie onder invloed van grondwater (laagveen), maar daarbovenop ook als veengroei op basis van alleen regenwater (hoogveen). De grote hoogveenkoepels die ontstonden groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder en bedekten grote delen van Overijssel. De extreem zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerassen waar vrijwel geen boom kon groeien. Alleen dekzandheuvels en stuwwallen staken nog boven het veen uit.

Prehistorische bewoning

In het zich uitbreidende veen werd in de prehistorie niet gewoond. Het was te nat om zich permanent te kunnen vestigen. Echter, de randen van het veen werden wel gebruikt om te jagen, als grondstof te gebruiken of om te offeren.

Ontginning vanaf de Middeleeuwen

Te midden van de hoogveenkoepels woonden mensen op de hogere zandige delen, zoals geïsoleerde dekzandruggen en stuwwallen. In tegenstelling tot de agrarische veenontginning, die in het westen van Overijssel vanaf de 12de eeuw op kwam, werd het veen slechts aan de randen gebruikt. Men groef turf voor persoonlijk gebruik, stak plaggen voor de bemesting van de akkers en verbouwde boekweit. Een dergelijke ontginning wordt ook wel een randveenontginning genoemd. Het hoogveen dat verder weg lag werd als het kon ook wel voor het weiden van hun vee gebruikt. Deze woeste hoogveengebieden maakten daarmee onderdeel uit van de naastgelegen dorpen, waarbij elk dorp gebruiksrecht had op een bepaald gedeelte van het veen.

Restanten van een randveenontginning in Eesveen, Nico Kloek
Restanten van een randveenontginning in Eesveen  Foto Nico Kloek
Stapeltje turfblokken, Landschap Overijssel
Stapeltje turfblokken  Foto Landschap Overijssel
Overijssels Kanaal ter hoogte van Raalte, Arno ten Hoeve
Overijssels Kanaal ter hoogte van Raalte  Foto Arno ten Hoeve
Veenkoloniaal landschap bij Kloosterhaar, Studio Pothoff
Veenkoloniaal landschap bij Kloosterhaar  Foto Studio Pothoff

Ontwikkeling vanaf de Nieuwe Tijd

Vanaf de 18de eeuw kwam, in navolging van andere provincies in Nederland, het grootschalig vervenen in Overijssel opzetten. Hierdoor ontstonden op een systematische manier de veenkoloniën. Bekende voorbeelden zijn Dedemsvaart, De Krim en Lutten. In de 18de eeuw kwamen grote delen van het veengebied tussen de Vecht en de Reest in handen van de Zwolse familie Van Marle. Zij lieten een kanaal ontwerpen om de venen te ontwateren en turf af te kunnen voeren. Aan weerskanten van het hoofdkanaal, soms ook vanuit een zijkanaal, werden brede sloten of wijken gegraven, zodat het veen ontwaterde. De bovenste laag, de bolster, werd daarna verwijderd. Vervolgens werd het veen gesneden en konden de turven gestoken worden. Ze werden te drogen gezet en dan per turfschip via de wijken en het kanaal afgevoerd naar steden in de weide omtrek. Ten zuiden van de Vecht heeft het Overijsselsch Kanaal (1842) dezelfde rol gespeeld in het ontginnen van natte heideterreinen en het afgraven van veen. Omstreeks 1900 werd het Dalmsholt ontgonnen en werden de eerste wijken gegraven in de Beerzer- en Bergentheimervenen.

De afgeveende percelen werden nadien klaargemaakt voor landbouwkundig gebruik. De onderliggende zandgrond werd losgespit en vermengd met de bolster. Zo ontstond zogeheten dalgrond. Op de dalgrond werden agrarische bedrijven gesticht, waarbij de structuur van kanalen, wijken en sloten bewaard bleef. Dit wordt ook wel een veenkoloniaal landschap genoemd. In de omgeving van Nieuwleusen zijn meerdere ruilverkavelingen uitgevoerd die resulteerden in een grootschaliger landschap, zoals in de ruilverkaveling van de Dedemsvaart-Noord, Heemserveen, Vroomshoop en Hardenberg-Noord. De hoofdontsluiting werd grotendeels gehandhaafd.

Restanten van het hoogveenlandschap

Niet al het hoogveen is door de eeuwen heen ontgonnen. In Overijssel vind je nog zes gebieden met hoogveen: de Engbertdijksvenen, het Haaksbergerveen, het Buurserzand/Witte Veen, het Wierdense Veld, het Aamsveen en het Beerzerveld. Deze gebieden worden beheerd als natuur en bieden leefruimte aan zeldzame plant- en diersoorten.