Landschap

Het rivierenlandschap

Koeien langs Vecht, Gonny Sleurink
N 52° 29.556' E 006° 12.077'

De IJssel, de Vecht en het Zwarte Water banen zich majestueus een weg door het Overijsselse landschap. Langs hanzesteden als Deventer Zwolle en Kampen en plaatsen als Hardenberg en Ommen.

De huidige rivierlopen van de Vecht en de IJssel zijn geologisch gezien pas recentelijk ontstaan. Toch ligt de oorsprong van hun natuurlijke landschap veel verder terug, namelijk in de voorlaatste ijstijd (200.000- 125.000 jaar geleden). De IJssel stroomt door een glaciaal tongbekken (van waaruit de Veluwe werd opgestuwd). De Vecht maakt gebruik van een smeltwaterdal dat uitsleep aan de voet van het landijs. De Vecht ging uiteindelijk door het zuidelijke deel van dit oerstroomdal stromen, de Reest door het noorden. In de laatste ijstijd werden in beide laagtes door de wind zand uit de drooggevallen beddingen verplaatst en tot rivierduinen opgestoven. De Vecht moet ongeveer 7.000 jaar geleden min of meer zijn huidige vorm hebben gekregen. De IJssel werd pas 1.500 jaar geleden aangetakt op de Rijn. Beide rivieren hebben lage zanderige ruggen langs de bedding: de oeverwallen. Ontstaan doordat bij overstromingen de zwaardere zandkorrels als eerste bezinken en ophopen langs de rivier. Soms wel tot een kilometer breed. De fijnere komklei bezonk verder van de rivier waar de stroomsnelheid verminderde of tot stilstand kwam.

Prehistorische bewoning

Op de toppen van oude rivierduinen langs de IJssel bevinden zich hier en daar kampplaatsen van jagers-verzamelaars uit de midden- en het begin van de late steentijd (12.000-10.000 v.Chr.). De oudste sporen van menselijke aanwezigheid langs de Vecht dateren uit de middensteentijd (8800-4900 v.Chr.). Een bekende vindplaats uit deze periode is Mariënberg. Hier zijn ook enkele zeer zeldzame graven ontdekt. Langs de IJssel zijn mogelijk vanaf de nieuwe steentijd (de periode waarin de landbouw werd geïntroduceerd) en zeker vanaf de midden bronstijd (omstreeks 1500 v.Chr.) de hoge gronden continu bewoond. Op dergelijke locaties bij bijvoorbeeld Herxen, Leesten en mogelijk Wijhe hebben zich voorchristelijke cultusplaatsen bevonden. Langs de Vecht zijn resten van woonplaatsen uit de ijzertijd (800- 0 v.Chr.) en Romeinse tijd (0-400 n.Chr.) talrijk. Ook in de IJsselvallei zijn uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen veel nederzettingen bekend. Nadat de IJssel in de vroege middeleeuwen een zijtak van de Rijn werd en meer water ging afvoeren, zijn grote delen van het dekzandlandschap langs de rivier onder rivierklei verdwenen.

Uiterwaarden van de IJssel bij Welsum, Nico Kloek
IJsselhoeve Bredenoord in Welsum, Jan Smit © www.dierenbeeldbank.nl
IJsselhoeve Bredenoord in Welsum  Foto Jan Smit © www.dierenbeeldbank.nl
Huis op de dijk langs het Zwarte Water in Genne-Overwaters, Nico Kloek
Huis op de dijk langs het Zwarte Water in Genne-Overwaters  Foto Nico Kloek
Kievitsbloemen in de buitenlanden van Langenholte, Loekie van Tweel
Kievitsbloemen in de buitenlanden van Langenholte  Foto Loekie van Tweel
Het Junner Koeland, weide en hooilanden met veel gradiënten, Mark Zekhuis
Het Junner Koeland, weide en hooilanden met veel gradiënten  Foto Mark Zekhuis

Ontginning vanaf de Middeleeuwen

In de 8ste en 9de eeuw nam de bevolking in de IJsselvallei toe. Nederzettingen en akkers kregen een vaste plaats. De plekken die werden uitgekozen om te wonen, lagen zonder uitzondering hoog en droog. In de late middeleeuwen begon men met het bouwen van dijken en het ontginnen van de lagere delen. Die laaggelegen gronden waren aanvankelijk te drassig om intensief te gebruiken, maar werden ontwaterd met sloten en weteringen. Op de hogere rivierduinen en oeverwallen lagen de akkers en de boerderijen. De lagere terreindelen en de uiterwaarden werden gebruikt als weiland of hooiland.

Langs het Zwarte Water ontstonden nederzettingen als Genne, Hasselt en Zwartsluis. Ook hier begon men in de middeleeuwen met het bouwen van dijken. Tussen de dijk en de rivier lagen de uiterwaarden, die in deze regio 'buitenlanden' worden genoemd. Door zeer wisselende waterstanden worden de buitenlanden al eeuwen gebruikt als hooilanden. De specifieke omstandigheden die hierdoor ontstonden zijn ideaal voor de kievitsbloem. Deze bloem komt in Nederland alleen nog zo uitbundig voor in de buitenlanden van het Zwarte Water en de Vecht.

Langs de Vecht werden niet overal dijken gebouwd. Tot aan Dalfsen was de invloed van de Zuiderzee merkbaar en werden dijken aangelegd. Ten oosten van Dalfsen kon de Vecht vrij door het landschap stromen. Vanaf de 10de en 11de eeuw ontstond daar een landschap dat alle kenmerken van een essen- en kampenlandschap heeft. De lagere gronden werden gebruikt als weide- en hooiland. Dit waren onregelmatig geperceleerde landen die doorliepen tot pal aan de rivier, zoals het Junner Koeland. Iets verder van de rivier af ontstonden op de rivierduinen de nederzettingen en escomplexen. De buitenste rand aan weerszijden van de rivier waren gemeenschappelijke woeste gronden. In de loop van de tijd nam de druk op deze heidegronden zodanig toe, dat deze gingen verstuiven.

Ontwikkeling vanaf de Nieuwe Tijd

Rivieren zijn altijd belangrijke schakels geweest in de verdediging van ons land. Langs de Vecht en het Zwarte Water werden verschillende schansen en fortificaties aangelegd. De IJssel werd in de 17e eeuw onderdeel van de eerste IJssellinie. Dit was een waterlinie die vijandelijke troepen moest verhinderen om verder het land in te trekken. Tijdens de Koude Oorlog werd de IJssellinie nieuw leven ingeblazen. De brede strook land werd toen echter niet onder water gezet. Daarnaast was de rivierklei die de IJssel afzette in de uiterwaarden zeer geschikt voor de productie van bakstenen. In de 19e en 20e eeuw waren daarom verschillende steenfabrieken actief langs de IJssel.

Bij de Vecht werden in deze periode grote ingrepen uitgevoerd om de bevaarbaarheid van de rivier te vergroten. Tussen 1897 en 1912 werden 69 bochten afgesneden, waarmee de lengte van de rivier ongeveer werd gehalveerd. De zandverstuivingen die op de woeste gronden langs de Vecht waren ontstaan, werden vanaf 1900 vastgelegd door het aanplanten van bossen.

Restant van de IJssellinie bij Olst, Nico Kloek

Restanten van de IJssellinie bij Olst