Een unieke wandelroute waarin we u laten VERWONDEREN.. We nemen u mee terug in de tijd in de VERWONDERING van Clara Feyoena, Vrouwe van Heemse. We laten u VERWONDEREN over de schoonheid van de natuur rondom de Rheezermaten en over het verhaal van het landschap met haar natuur, cultuur en historie.
Te voet Op routekaart wandelnetwerk Vechtdal nabij startpunt "De Rheezerbelten" Fiets De Kleine Belties: op de route van fietsknooppunt 31 naar 61 De Rheezerbelten: bij fietsknooppunt 61 Auto Voor de routebeschrijving: https://www.rheezerbelten.nl/ontdek-de-rheezerbelten/routebeschrijving Openbaar vervoer NS station: station Hardenberg. Neem de buurtbus Keolis BuurtRRReis 597 vanaf het station (richting Beerzerveld). Halte Vakantiepark De Kleine Belties
Deze wandelroute kunt u starten bij vakantiepark De Kleine Belties of Restaurant De Rheezerbelten met beiden ruime parkeergelegenheid en horeca.
Start van de route kan zowel bij Vakantiepark De Kleine Belties als Restaurant De Rheezerbelten. Op beide locaties gratis parkeerplaats en horeca aanwezig.
De Rheezerbelten ligt verscholen in het groen, op het Rheezer plaggenveld. Het restaurant dankt haar naam aan de gelijknamige, nabijgelegen stuifduinstrook De Rheezerbelten.
Op het erf van het restaurant is de oude potdekselcultuur terug te zien in de traditioneel gebouwde schuren van zwarte boomplanken.
WebsiteDe Rheezerbelten ligt verscholen in het groen, op het Rheezer plaggenveld. Het restaurant dankt haar naam aan de gelijknamige, nabijgelegen stuifduinstrook De Rheezerbelten.
Op het erf van het restaurant is de oude potdekselcultuur terug te zien in de traditioneel gebouwde schuren van zwarte boomplanken.
Op de eerste kadastrale kaarten uit begin jaren 19e eeuw is te vinden dat onze locatie ligt op het oorspronkelijke Rheezer Plaggenveld. Een uitgestrekte heidevlakte, die doorkruist werd door een paar zandwegen.
Een plaggenveld werd gebruikt om heideplaggen te steken en op een kruiwagen of paard en wagen mee te nemen naar de buurtschap Rheeze dat vlakbij lag. Deze werden gebruikt door de Rheezer boeren als strooisel in de stal en daarna als bemesting voor het land.
Zuidelijk van het Rheezer Plaggenveld (zandgronden met heide) lag het Rheezer Veld, dat eveneens onbewoonbaar was. Een groot, “ondoordringbare” veengebied met veenmosveen. Deze natuurlijke omstandigheid bepaalde dat het plaggenveld dichtbij het dorp Rheeze lag.
Van noord naar zuid liep er een weg "de Helleweg". Van west naar oost liep de Rheezer Waterleiding. Verder waren er zandwegen van Stegeren naar Hardenberg en van Rheeze richting Rheezerveen. En van Rheeze naar Ommen en een "Binnenweg van de Wolf naar Heemse".
Meer over Grote Beltenweg 1bIn 1959 werd de heer Leonardus Cornelis Brammer uit Varsen eigenaar van het terrein De Rheezerbelten door de koop van het terrein van fabrikant Jacob Schep uit Amersfoort. Het terrein was toen zandgrond met heide en dennenbos met duidelijk zichtbare stuifduinen.
Hij liet er 15 bungalows en een kampwinkel met dagverblijf bouwen, gebouwd door aannemer Hofsink uit Heemse naar ontwerp van architect Jan den Hartog uit Amersfoort (in de Van Rietveld stijl). Ook in Ommen exploiteerde de heer Brammer al een bungalowpark.
De familie Brammer verhuisde in 1960 van Varsen naar Rheeze. In 1962 werd het bungalowpark verkocht aan de heer Klaas Balk (uit Amsterdam) en werd er in de loop der jaren bijgebouwd, zowel bungalows als uitbreiding van de kantine/paviljoen.
De bungalows boden vele jaren huisvesting aan militairen, maar onder andere ook aan jonge docenten van de nieuwe middelbare school Jan van Arkel in Hardenberg.
In de jaren ‘70 werd het bedrijf verder geëxploiteerd door stiefzoon en zijn vrouw: Jan en Zwaan Van den Burg. Zij maakten er een eenvoudig restaurant van met een aantal pannenkoeken op de kaart.
Meer historie De RheezerbeltenAchter woonboerderij ’t Nachtegaaltje, dat sinds 1877 het woonhuis was van de familie Hakkers, ontstaat na de Tweede Wereldoorlog de eerste camping van Hardenberg.
Op de woeste en heuvelachtige grond achter de boerderij groeit camping De Kleine Belties uit van ‘kamperen bij de boer’ tot een compleet vakantiepark.
Op de voorgevel van familiehuis ’t Ole Hoes prijkt de naam ’t Nachtegaaltje. De oude boerderij stamt uit de eerste helft van de 19e eeuw. Hoe oud precies weet niemand, maar op de oudste kadastrale kaart uit 1832 was ’t Nachtegaaltje al te vinden.
Ook de oude eik achter de boerderij kent een rijke geschiedenis. Langs de eik liep vroeger de Do-weg (dodenweg), een route waarover de doden van Rheeze en Diffelen naar de kerk en het kerkhof in Heemse werden vervoerd.
’t Nachtegaaltje was sinds 1877 het woonhuis van de familie Hakkers, die een klein gemengd boerenbedrijf had. Na de Tweede Wereldoorlog kregen Rheeze en Diffelen te maken met een nieuw fenomeen.
Bewoners uit de dichtbevolkte streken van ons land hadden behoefte aan rust en ruimte en het beleven van de natuur. Het was de middenstand van de gemeente Hardenberg die de familie benaderde of zij de woeste, heuvelachtige grond achter de boerderij ter beschikking wilde stellen voor recreatie.
Zo ontstond in 1948 De Kleine Belties, de allereerste camping van Hardenberg. Van ‘kamperen bij de boer’ groeide De Kleine Belties uit tot een compleet vakantiepark waar de vierde generatie Hakkers inmiddels de gasten verwelkomt.
Gasten die nog altijd komen om even de drukte te ontvluchten en te genieten van de ruimte en de prachtige natuur in en om Rheeze en Heemse.
Dit cortenstaal kunstwerk uit 2017 is geschonken aan de omgeving door Restaurant De Rheezerbelten tgv het 25 jarig jubileum, ontworpen door Erna en Bert Nonkes. Het elfjesgedicht èn de zes kijkgaten laten verwonderen: het geeft de kijker steeds een andere blik om de omgeving. Elk seizoen weer.
De bloemrijke graslanden zijn erg populair onder amfibieën zoals de zeldzame knoflookpad, insecten en allerlei verschillende vogelsoorten. De wat hoger gelegen nieuwe Rheezermaten zijn vooral bij weidevogels geliefd.
Een bijzonder natuurreservaat. De oude Rheezermaten met hun rijke flora zijn ontstaan op één van de meanders van de Vecht.
Ontwerp kunstwerk Erna Nonkes | Ontwerp elfje Bert Nonkes voor De Rheezerbelten.
Vrouw van Heemse en dichteres (1729-1807) Actueel: Helaas is het monument gestolen in 2022. Men hoopt het monument spoedig te kunnen herplaatsen.
Bij verzorgingshuis Clara Feyoena Heem vindt u een standbeeld voor Clara Feyoena van Raesfelt-van Sytzama, een bekend dichteres. Zij werd op 5 april 1729 geboren in Friens. Haar moeder stierf toen ze drie jaar jong was. Door haar huwelijk met Isaac van Raesfelt kwam ze in Heemse terecht.
Een vanouds riddermatig goed
Op 1 september 1807 overleed Clara in Heemse. Waarschijnlijk is ze begraven in het familiegraf van de familie Van Raesfelt in de Hervormde kerk in Heemse, maar helemaal zeker is dit niet. Op de plek waar nu het verzorgingshuis staat, bevond zich ooit Huize Heemse waar Clara heeft gewoond.
Clara Feyoena verwerkte haar verdriet om het overlijden van haar moeder, dochter en kleinzoon en waarschijnlijk ook een geliefde, door het schrijven van gedichten. Ook schreef ze poezië met een christelijke inslag. In 1783 bracht ze haar tweede dichtbundel uit: Heemse, Hof-, Bosch- en Veldzang.
Haar bekendste gedicht is waarschijnlijk wel 'Wij knielen voor uw zetel neer...', als Lied 231 te vinden in het Liedboek der kerken.
Een vanouds riddermatig goed
In havezate Heemse brengt Clara Feyoena een groot deel van haar leven door. Als na de Franse tijd de oude havezate afgebroken wordt, komt er een nieuw huis waar de kleindochter van Clara Feyoena gaat wonen. Het huis verdwijnt na zestig jaar alsnog.
Tegenwoordig vind je op het voormalig terrein van de havezate de woonwijk Het Heemserbos en verpleeghuis Clara Feyoena. Op de kadastrale kaart uit 1832 en de andere oude kaarten zijn de lijnen van de lanen duidelijk zichtbaar en ook nu nog te herkennen in de lanen in de woonwijk Heemserbos.
Lees meer over Havezate HeemseSla hier linksaf het bosje in naar de Elzenlaan voor vervolg route
Predikant in het verzet
Frits Slomp mag met recht een kopstuk van het Nederlandse verzet in de Tweede Wereldoorlog worden genoemd. De verzetsheld, bekend als Frits de Zwerver werd in 1930 predikant in Heemse.
Hij zal vooral herinnerd worden door zijn dappere inzet ten behoeve van Joodse vluchtelingen in de Tweede Wereldoorlog en zijn daadkracht in de strijd tegen de Duitse bezetting.
Frederik Slomp of wel Frits de Zwerver, woont met zijn gezin in de pastorie rechts op Weidebuurt 5.
Markant buitenverblijf/burgemeesterhuis
Het markante herenhuis Huize Nijenstede verrees in 1865 en werd begin twintigste eeuw grondig verbouwd. Het huis werd bewoond door notarissen en burgemeesters. Ook was het een museum en trouwlocatie. Tegenwoordig is het een privéwoning.
Vroeger werd het huis in de volksmond 'De Paardenhemel' genoemd, er schijnt namelijk een begraafplaats van paarden te zijn.
Het hogere terrein tussen deze zuil en het kerkelijk erf van de Witte of Lambertuskers is de Heemser Esch: de esgronden van de Heemser boeren. Hierop verbouwden de boeren hun gewassen. Later wilde men deze Esch met woning bebouwen, maar dankzij verzet vanuit de bevolking is de Esch behouden.
Op de plek van Huize Welgelegen stond vroeger het Schouten- of Scholtenshuis. Al in 1787 wordt de naam Huize Welgelegen voor het eerst gebruikt. De eerste steen voor het huidige pand wordt in 1856 gelegd. Voormalig woning Familie Van Ittersum. Nu kantoor Vechtstede Notarissen.
Baron Willem van Ittersum, toen burgemeester van Stad Hardenberg, erft eind 19e eeuw het huis. Hij trouwt met Zwaantine Theodora Walter. Zij erft in 1915 het huis van haar man Willem. De barones van Heemse, ‘het olde wief’, woont tot haar overlijden in 1952 alleen in het grote huis.
Daarna heeft het pand verschillende bestemmingen gehad, totdat in 2005 notariskantoor Vechtstede er geopend werd.
Lees meer Huize WelgelegenNa aankoop van Huize Welgelegen door Vechtstede notarissen is een boek gemaakt over de geschiedenis van dit gebouw. Omdat de geschiedenis van Huize Welgelegen en Heemse nauw met elkaar samenhangt, is ook aandacht geschonken aan de geschiedenis van Heemse en de kerkelijke geschiedenis van Heemse.
Gepubliceerd tgv opening Huize Welgelegen 20 mei 2005 door Olbo. ISBN 90-9019195-X
Op 20 september 1805 brandden zowel de kosterij als de pastorie van de Witte of Lambertuskerk af. De oude pastorie werd herbouwd, maar niet zo dat deze lang meeging. In 1869 werd dan ook een 'nieuwe' pastorie gebouwd, iets verder bij de kerk vandaan.
In 1950 werd geld ingezameld voor restauratie en in 1962 kwam men met het plan om een nieuwe pastorie te bouwen. De predikant, Ds. Loor, protesteerde. Het geld werd vervolgens besteed aan modernisering van het oude gebouw. Gelukkig maar!
Op de luiken ziet u een deel van de tekst uit Psalm 37.3, in zijn geheel: Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u [met] getrouwigheid.
Al in de achtste eeuw zijn op deze plek sporen gevonden van kerkbouw. Aan de voet van de kerktoren ligt zelfs nog een Saksische offersteen. Na 1200 werd hier het eerste stenen gebouw neergezet van blokken ijzeroer, door de bepleistering niet te zien. De kerk is sinds 1973 officieel rijksmonument.
In de kerk bevindt zich een doopvont gemaakt van Bentheimer zandsteen, met een datering van rond 1200. De huidige toren werd waarschijnlijk in de vijftiende eeuw gebouwd en volgt op de uitbreiding met het 'koor'.
De heilige Lambertus (Maastricht, 638? - Luik, 17 september 706?) was bisschop van Maastricht. Hij was een rooms-katholiek heilige en de patroon van de textielarbeiders. Zijn naamdag is op 17 september en op afbeeldingen wordt hij weergegeven met een lans.
In de grote klok in de kerk staat gegraveerd: Sancte Lamberte is mijn name, Mijn gheklanck sij Godt bequame, De levenden roep ic, Henricus de Tremonia* me fecit. (Anno 1520). * De maker, Hendrick van Dortmund.
Witte of LambertuskerkStilstaan en nadenken bij het leven
Naast de Witte of Lambertuskerk ligt de oude begraafplaats. Een reusachtige eik overschaduwt met haar bladerkroon een klein gedeelte van de begraafplaats. Symbool van de oerkracht van het leven op deze dodenakker.
Achter het hek op het kerkhof in Heemse zijn de graven te vinden van het geslacht Van Ittersum.
Het hek op het graf van dominee Wineke uit 1836 heeft deze oerkracht niet kunnen weerstaan. Daarnaast is de grafkelder van de familie van Ittersum van 1915. Deze adellijke familie bewoonde Huize Welgelegen.
Oude Kerkhof ScholtensdijkU steekt hier de weg over.
Een monumentale boerderij die al voorkomt op de oudste kadastrale kaart uit 1832. Een belangrijk erf dat al in 1326 wordt genoemd in een akte van klooster Zwartewater.
Erve Hesselink is lange tijd eigendom van Havezate Heemse, maar in 1840 verkopen de kinderen van jonkheer Jacob van Foreest het complex.
De boerderij wordt in 1891 grondig verbouwd, vandaar het jaartal op de sluitsteen boven de baander-deur. Naast de boerderij vallen vooral de grote eik en vier rode beuken van ruim 200 jaar oud op. De oorspronkelijke steen in de muur van de boerderij en de oude naamplaat herinneren aan de bewoners.
Inmiddels woont de 5e generatie Weitkamp op Erve Hesselink. 1891 Hendrikje Bolks trouwde met HH Weitkamp Zoon Jan Berend Weitkamp met Jansje Vrijlink. Zoon Seine Weitkamp met Griet Breukelman Zoon Gerrit Weitkamp en Jenny Post Zoon Erik Weitkamp en Daniëlle Lambers
Erve Hesselink is lange tijd eigendom van Havezate Heemse, maar in 1840 verkopen de kinderen van jonkheer Jacob van Foreest het complex. De boerderij wordt in 1891 grondig verbouwd, vandaar het jaartal op de sluitsteen boven de baander-deur.
Naast de boerderij vallen vooral de grote eik en de vier rode beuken van ruim 200 jaar oud op.
Verwondering. Ontwerp elfje Thea Uri voor De Rheezerbelten
In het voorjaar van 2020 wandelden hier 2 mensen die een zwarte punt uit het rivierzand nabij de Vecht zagen steken. Het bleek een schedel van een oerrund. De schedel is nu tentoongesteld in De Koppel. Datering leerde dat de schedel 8000 jaar oud is, het dier leefde hier dus 6000 voor Christus.
Gemaakt in 2022 als onderdeel van het project Rheezermaten van Waterschap Vechtstromen.
De eiken bosjes rondom de Rheezermaten zijn een overblijfsel van het gebruik van eikenhout voor brandstof. Elke 8 jaar werden de uitlopers vakkundig weggehakt voor brandhout. Het gebruik van turf en daarna aardgas heeft ervoor gezorgd dat deze eiken doorgroeiden vanuit de lage hakstammen.
Lees meer over dit project167 kilometer lang van bron tot monding
Het is de grootste van de kleine en de kleinste van de grote rivieren in Nederland. De naam zou afkomstig zijn van de verdronken Duitse prins Vechtdan.
Vanaf 500 na Chr. ontstaan er meer dorpen en steden langs de Vecht. Rond 1900 wordt de Vecht gekanaliseerd door 69 kunstmatige bochtafsnijdingen. De afvoer van het water werd hierdoor versneld, waardoor overstromingen die vooral tussen Hardenberg en Coevorden plaatsvonden, voorkomen konden worden.
De oude Vechtarmen die daardoor ontstonden zijn deels dichtgegroeid en vormen prachtige natuurgebieden, die echter wel na verloop, van tijd alle verlanden.
Op deze oude en nieuwe kaarten zijn nog oude Vechtkolken duidelijk zichtbaar. Als de kolk te diep werd, ging het water weer rechtdoor. Deze kolken zijn duidelijk zichtbaar verderop links en rechts van het wandelpad.
In de afgelopen jaren is er juist ingezet op behoud van water in de loop van de Vecht om overlast bij Zwolle en verdroging van de grond tegen te gaan. Het project Ruimte voor de Vecht.
In 2004 wordt bij Diffelen een grote meander aan de Vecht gekoppeld en krijgen meer dichtgegroeide meanders weer stromend water. In 2020-2022 is in Rheeze een meander aangekoppeld en krijgen de Rheezermaten meer water.
Clara Feyoena wist ooit het aanzien van de Vecht te vangen in één van haar gedichten: “ O kromgebogen Vecht zou ik van u niet zingen, Die met een sneller vaart en met een breder vloed, Door die valeien stroomt, daar wij uw vrugtbren voet Zoo dikwerf zien naar wensch op onze beemden treden!”
Ontwerp kunstwerk Erna Nonkes | Ontwerp elfje Janneke Willems voor De Rheezerbelten
Gedachten in woorden gevangen.De Vecht was ooit een sterk meanderende rivier. In 1908 werd de rivier gekanaliseerd. Veel rivierbochten werden afgesneden. Inmiddels heeft de Vecht op veel plekken haar oorspronkelijke vorm terug. In deze armen stroomt het water niet of nauwelijks, wat bijzondere natuurwaarden opgeleverd.
Veel vogelsoorten broeden hier, zowel in de bomen als langs de waterkant. In het voorjaar zijn hier dan ook veel verschillende vogelgeluiden te horen. Ook allerlei insecten, amfibieën en zoogdieren vinden voedsel langs de Vecht en plekken om te schuilen. Neem even rustig de tijd en geniet.
Rechts ziet u de oude Rheezermaten, een gebied dat deels bestaat uit trilveen met een rijke flora. Het trilveen is ontstaan op een van de oude Vechtmeanders. Het veen drijft op het water. De naastliggende nieuwe Rheezermaten biedt broedgelegenheid voor weidevogels.
De Vecht werd in zijn oorspronkelijke vorm veel gebruikt voor transport. Daarbij werden ondiepe zeilschepen ingezet, de zogenaamde 'zompen'. Sinds kort varen er weer enkele zompen op de Vecht: replica's van de oorspronkelijke scheepjes.
Met deze zompen (foto) werd Bentheimer zandsteen uit Duitsland naar het westen vervoerd. Daar werd het o.a. gebruikt voor het Paleis op de Dam. Het schip de Batavia zonk met de stadspoort voor stad Batavia aan boord. Die stenen kwamen hier dus ooit langs!
Onthaasten Ontwerp elfje Janneke Willems voor De Rheezerbelten
Sla hier rechtsaf voor vervolg VERWONDERroute. Of loop door voor langere route via brinkdorp Rheeze en zandverstuiving De Rheezerbelten. Deze extra lus is nog in ontwikkeling.
Essen van Rheeze en Rheezer Hooilanden
De Rheezer Esch omvat de hoger gelegen esgronden langs de rivier De Vecht van de Marke Rheeze. De boeren van de Marke gebruikten deze als akkerlanden. De mest uit de potstal verbeterde de vruchtbaarheid van de grond. Daardoor werd de es steeds hoger.
De stroomdalgraslanden van de rivier de Vecht in dit gebied kent de veldnaam De Hui. Dit is de groeiplaats van het beeldmerk van het Vechtdal, de steenanjer, die we hier vol trots de Vechtanjer noemen. Hij prijkt op iedere Vechtdalvlag.
De Vechtanjer staat symbool voor samenwerking. Alleen door samen te werken kun je overleven in een dynamisch riviersysteem. De Vechtanjer vindt je veelal op mierenhopen van de gele weidemier.
Met name op deze bulten vinden stroomdalgraslandsoorten zoals Vechtanjer, geel walstro en wilde tijm de ideale voedingstoffenmix om te overleven.
Op de oude kaart zijn drie boerderijen te zien: 't Averdink (Rheezerweg 48), 't Veurink (Rheezerweg 50) en Hulsebosch (Rheezerweg 81). Van de boerderijen aan de Veldbrakenweg is dan nog niets te zien. Wel is de Veldbrakenweg al te herkennen.
De doorgaande zandweg naar Heemse en Hardenberg liep vroeger ten westen van het Hulsebosch, meer langs de belten, waarschijnlijk om ook 's winters met droge voeten naar Heemse te gaan.
Op de huidige luchtfoto is nog, ten zuidwesten van de boerderij Hulsebosch, een dubbele rij eigen te zien, die ongetwijfeld tot de oude weg hebben behoord. De steeg langs 't Veurink en 't Averdink liep dood naar een oude meander van de Vecht, de Olde Voart.
Toen de waterstand wat meer onder controle was is de doorgaande weg naar Heemse verlegd langs 't Veurink en 't Averdink, de huidige Rheezerweg. Ten westen van de weg Rheeze-Hardenberg lagen wat akkers. Er was geen bebouwing. Alleen het Rheezer plaggenveld strekte zich tot aan de horizon uit.
Wel is er een weg te onderscheiden met de naam "de Helleweg". Als de kwaliteit van de weg af te meten was aan de toenmalige naam, was het moeizaam ploeteren daar.
Gemaakt in 2022 in het project Rheezermaten van Waterschap Vechtstromen.
De oude rivierloop wordt afgesneden door kanalisatie van de Vecht. Het wisselende watervolume en diversiteit in stromingen verdwijnen nagenoeg. Door herinrichting wordt een deel van de kanalisatie teruggedraaid.
Lees meer over dit projectDit brinkdorp is een schoolvoorbeeld van de ‘potstalcultuur’. De boerderijen met de baanders naar de brink. Op de brink werden alle koeien verzameld en door een koejongen of -meisje meegenomen naar de laaggelegen weidegronden aan de Vecht.
In de avond werd het vee weer verzameld op de brink en op stal gezet om de mest op te vangen.
Uit: Het Boek van Rheeze&Diffelen": Het huis, waar momenteel de familie Wiechers woont, de Brinkhoeve, vroeger het Brinkhuis, staat eigenlijk op een vreemde plek: midden op de brink.
De brink moest vroeger open terrein blijven en mocht niet geschonden worden door plaggen steken of het graven van kuilen. Het enige bouwwerk, dat er door toedoen van de Rheezer marke mocht staan was het schutschot, waarin het door de schutters in beslag genomen vee kon worden gestald.
De schutters waren bij toerbeurt aangesteld door de marke en mochten vee, dat op plaatsten weidde waar dat niet mocht, in beslag nemen. De eigenaar kon het met een boete weer ophalen.
Toch heeft Lubbert Stoeten, voordien woonachtig op Erve Ludolving (nu Rheezerbrink 5) en getrouwd met Jennegien Waterink, het voor elkaar gekregen om op de brink te timmeren. In 1878 bouwde hij daar de boerderij.
Zijn dochter, die trouwde met ene Harbert bleef op het ouderlijk huis wonen. Op 26 augustus 1883 viel de boerderij ten prooi aan een grote brand die drie boerderijen in de as legde. Een gevelsteen met het jaartal 1883 herinnerde nog lange tijd aan de herbouw. .
Na Lubbert kwam zoon Lucas, getrouwd met Reika Meilink, op de boerderij. Tot 1929, toen ze zelf een nieuw boerderij bouwden. De zoon van Lucas en Rieka overleed op jonge leeftijd, waarna Evert Meilink Roelofsz het pand erfde.
Bij een boedelscheiding kwam de boerderij in handen van Reinder Meilink en zijn vrouw Geesje Timmer. Zij zouden de laatsten zijn die er een boerenbedrijf uitoefenden. Begin jaren '70 liet de familie Datema de boerderij verbouwen en restaureren tot woning.
Het bedrijfsgedeelte werd geschikt gemaakt voor slaap- en recreatieruimte voor kinderen, die daar konden verblijven en ponyrijden. Datema kocht ook de schuur van de familie Snijders aan de overkant van de brink.
Nadat de familie Van Duuren het pand enige jaren bewoond had, kwam de boerderij in 1978 in eigendom van de familie Wiechers, ook nu nog eigenaar. De afkomst van deze familie laat zich zien in de tuin: Bartje uit Drenthe prijkt in de tuin.
Meer lezen Brinkhoeve RheezeDe hoge zandduinen De Rheezerbelten bestaan uit dekzand en stuifzand. Het dekzand dateert uit de laatste ijstijd. Een dwarsdoorsnede zou in het onderste gedeelte van het zand het onverstoven dekzand en in het bovenste gedeelte het opnieuw verstoven stuifzand laten zien.
In de middeleeuwen kwam door plaggen en schapenbegrazing het dekzand weer bloot te liggen en is het bovenste gedeelte voor de tweede keer verstoven. Dat noemen we ‘stuifzand’. In het Vechtdal krijgen de hoog opgestoven stuifzandbergen vaak de benaming ‘kamduinen’ en het toponiem ‘belten’ mee.
Later zijn deze zandduinen met bomen gefixeerd (eikenhakhout) om verdere verspreiding van het stuifzand over de akkers te voorkomen.
Als je een dwarsdoorsnede zou maken dan is het onderste gedeelte van het zand nog onverstoven dekzand en het bovenste gedeelte opnieuw verstoven stuifzand.
Nog steeds zijn de belten bedekt met eikenhakhout en daardoor een bijzondere eigenheid van het bos van De Rheezerbelten. Dennen die trachten te overleven in het droge zand hebben de meest schilderachtige formaties, met een wortelgestel dat half boven de bodem uitsteekt en fantastische vormen heeft.
Ontwerp elfje Miriam Gerrits voor De Rheezerbelten
In het dorpje Rheeze zie je nog veel oude boerenschuren van zwartgemaakt hout met delen vlechtwerk van riet. Veel van deze schuren zijn rijksmonument, juist vanwege deze bijzondere wanden.
Dit uitzichtpunt is geïnspireerd op de droogstapels van gestoken turven. Een ode aan vervlogen tijden. Het is onderdeel van het Tien Torenplan Ruimte voor de Vecht. Hoogtepunten in het landschap en de verbindingen daartussen om het Vechtdal tastbaar en beleefbaar te maken.
Als de jonkheer van Foreest, de aangetrouwde kleinzoon van Clara Feyoena, in 1811 veen begint af te graven in de Rheezermaten, levert dat goede baggerturf op. Aan de Oude Vecht ligt nog de oude Turfvaart, nog herkenbaar als een tamelijke rechte en brede sloot.
Ontwerp elfje Henk van Duren voor De Rheezerbelten
In dit bos vindt u zandverstuivingen en allerlei soorten bomen en planten. De verschillende soorten boomschors zijn hier goed te zien. De grove den kenmerkt zich door de bijzondere structuur van de boomschors, zie foto.
Omdat de bomen in dit bos niet overal dicht op elkaar staan, valt er ook genoeg licht op de bodem voor planten als de bosbes.
Een samenwerking van Vakantiepark De Kleine Belties, stichting Clara Feyoena en Restaurant De Rheezerbelten en Stimuleringsprijs Gastvrij Hardenberg.