Hengelo, ooit een rustiek boerendorp, is bekend geworden als metaalstad. Hengelo heeft historie. Hengelo heeft een eigen verhaal. Een boeiend verhaal dat zelfs bij de eigen inwoners niet eens zo bekend is.
De start is bij stichting Hengelo Promotie, Markt 8, 7551 CG Hengelo
Wandelroute voornamelijk op verharde wegen en een paar korte stukken op onverharde wandelpaden. De wandeleroute is op te pakken op het station van Hengelo.
Hengelo, ooit een rustiek boerendorp, is bekend geworden als metaalstad én door Jeffrey Spalburg. Deze zanger en cabaretier scoorde in 2013 een hit met het nummer Hengelo-o-o, waarin hij een ode brengt aan de stad waar hij zijn jeugd doorbracht. Maar over Hengelo is veel meer te vertellen.
Hengelo heeft historie. Hengelo heeft een eigen verhaal. Een boeiend verhaal dat zelfs bij de eigen inwoners niet eens zo bekend is. Hengelo Promotie, het bureau voor toerisme | evenementen | stadspromotie, laat zien wat Hengelo allemaal te bieden heeft.
Bij een Markt denk je al gauw aan een historisch plein met pittoreske gevels. Dit alles ontbreekt in Hengelo vanwege de bombardementen door de geallieerden in oktober ’44. Statige panden en dorpsboerderijen; ze zijn grotendeels verwoest! Eén grote ravage was het: in totaal werden maar liefst 485
panden vernietigd, 373 zwaar beschadigd en ruim 3000 licht beschadigd. Direct na de oorlog werd gestart met het Wederopbouwplan. Er moest structuur komen in de rommelige bebouwing van het snel groeiende Hengelo. Er kwam een nieuw stratenplan en de Markt kreeg een nieuwe locatie.
Dit museum over de geschiedenis van Hengelo is gevestigd in een meer dan 100 jaar oude patriciërswoning. Oorspronkelijk was het een winkelwoonhuis dat in 1881 werd verbouwd tot herenhuis. De ongetrouwde Elisabeth van Benthem woonde hier tot haar overlijden. Het was haar uitdrukkelijke wens dat dit
huis, waar ze als kind opgroeide, voor Hengelo behouden zou blijven. In 1974 kocht de stichting Oald Hengel met steun van de gemeente Hengelo het pand en startte er een oudheidkamer.
Op het Burgemeester Jansenplein vind je verschillende horecagelegenheden
Dit is het historische hart van Hengelo. Het huidige Burgemeester Jansenplein was vroeger namelijk de Markt. De Hengelose zussen Catherina en Caroline, in de volksmond "de twee wezen" genoemd, erfden hier rond 1800 het etablissement van hun ouders. Nadat Catherine trouwde met een rijke zakenman,
groeide dat uit tot één van de belangrijkste herbergen van Hengelo. De postkoets kreeg er een halteplaats, er werden vergaderingen gehouden en notariële aktes werden gepasseerd.
Slechts 25 Rooms-katholieke kerkgebouwen in Nederland mogen deze benaming, die alleen door de paus kan worden toegekend, gebruiken. De kerk is gewijd aan de heilige Lambertus van Maastricht; beschermheilige van de textielarbeiders. Hij is gebouwd aan het eind van de 19e eeuw toen Hengelo
vanwege het succes van de textiel- en metaalindustrie, een explosieve groei doormaakte. Als door een wonder heeft deze kerk het zware bombardement van 1944 overleefd. De kerk werd wel getroffen, maar de bom ging gelukkig niet af!
Het stadhuis is een typisch voorbeeld van de Delftse school, aangevuld met Italiaanse en Scandinavische invloeden. Achter de vijf grote vensters liggen de burgerzaal en de raadzaal. Naast het meest rechtse venster is het gemeentewapen uitgevoerd in een natuurstenen reliëf.
De golvende band staat voor de diverse beken die door Hengelo stromen. De bijenkorf is het symbool voor de nijverheid en de korenschoof representeert de agrarische bedrijvigheid. Op de toren staat een windwijzer die de levensgang van de mens uitbeeldt.
Moeder met kind op de arm (geboorte), kind met bal (jeugd), grijsaard met stok (ouderdom) en magere Hein (de dood). De toren bevat een carillon met 59 klokken en is één van de grootste van Nederland.
Het voorste gedeelte bestond uit het woongedeelte, met daarachter de stallen. Deze boerderij is vernoemd naar de kunstschilder Henk Lambooij (1885-1974) die bijna 50 jaar op dit adres heeft gewoond. Lambooij schilderde o.m. Twentse landschappen aan de hand van zelfgemaakte foto's.
Dit Bevrijderslaantje is de toegang tot de moderne wijk Thiemsland, gebouwd op een voormalige fabriekslocatie. Tijdens WOII wordt Hengelo, net als de rest van Nederland, bezet door de Duitsers. Tot grote vreugde van de bevolking rollen op 3 april 1945 de geallieerde tanks binnen.
Dit echt de plek waar eeuwen geleden Hengelo is ontstaan. Tot het midden van de jaren ’90 stonden er fabriekshallen van de HEEMAF: de Hengelosche Electrische en Mechanische Apparaten Fabriek. Na de sloop van dat complex legden archeologen de contouren bloot van het oude Huys Hengelo.
Deze contouren zijn door kunstenaar Jeroen Hoogstraten verwerkt in zijn creatie Watereiland. Op dit natuurstenen reliëf wordt water gepompt. Wanneer het waterpeil weer zakt, komen achtereenvolgens de buitenmuren, de binnenmuren, de vloeren en daarmee de ligging van Huijs Hengelo te voorschijn.
Al in de 13e eeuw is er bewoning op deze locatie. Drie eeuwen later staat er een versterkt huis. Een spieker wordt zoiets genoemd, een verbastering van het Latijnse woord ‘spicarium’ dat graanopslag betekent. Soms werd zo’n spieker voorzien van een herenkamer.
Begin 16e eeuw neemt Frederik van Twickelo zijn intrek in het Huys. Onder zijn bewind verrijst er rond 1530 een havezate op het eiland; een versterkt huis of boerenhoeve met een bijbehorend landgoed en boerderijen. Een havezate had specifieke rechten, zoals het innen van belastingen en het recht op
een zetel in het regionale bestuur. Vanaf dat moment vestigen zich steeds meer mensen in de omgeving die aan het Huys en het landgoed verbonden zijn. Het gehucht Hengelo maakt een eerste groeispurt en staat vanaf dat moment echt op de kaart!
Al sinds de 14e eeuw stond er een klein kerkgebouw. Frederik van Twickelo liet dat herbouwen. Als de kapel in 1545 gereed is, sterft Frederik en wordt hij begraven in de kapel. Rondom de kerk ontstaat vervolgens een begraafplaats die nu bekend staat als de Oude Algemene Begraafplaats
en één van de oudste van Nederland is. De kerk is inmiddels verdwenen, maar de funderingsresten zijn nog steeds zichtbaar tussen de graven.
De aanwezigheid van bewoning op deze locatie is verre van toevallig. Het is namelijk een strategische positie voor de bouw van nederzettingen en andere menselijke activiteiten. Verscheidene (water)wegen vloeien hier samen: de Berflo-, Driener-, en Elsbeek en de Delderner- en Enschedesestraat.
In 1854 verwerft de Oldenzaalse ondernemer C.T. Stork een industrieterrein aan de Berflobeek en begint er een textielververij. Veel boeren vulden toen hun inkomen aan door thuis te weven. Niet lang na het verrijzen van de ververij bouwt Stork een stoomweverij; het begin van de Hengelose
textielindustrie. Hier in de beek ziet u een stuw. Deze kleine waterkering kwam tijdens de sloop van de weverij tevoorschijn. Hij moest vroeger voorkomen dat de enorme grachten van Huys Hengelo droog kwamen te staan.
De beek heeft ook een rol gespeeld bij het productieproces van de bontweverij en -ververij. De industriëlen gebruikten de Berflobeek niet alleen voor de watertoevoer voor de productie, maar deponeerden hierin ook hun afval. Niet voor niets werd hij toen ‘de stinkbeek’ genoemd! Het water was goor en
en veranderde dagelijks van kleur door het verfafval. Maar ook de bewoners loosden er van alles: van blikken, dozen en fietswielen tot stoelen. Het water was soms nauwelijks te zien.
De Hengelose bevolking groeit en het kerkje bij Huys Hengelo takelt af. Er moet een groter godshuis komen. Juist op dat moment volgt er een Koninklijk Besluit: om een einde te maken aan de conflicten tussen katholieken en hervormden over het bezit van kerken worden er onder controle van het minister
van Waterstaat vele nieuwe kerken gebouwd. Zo ontstaat de naam ‘Waterstaatskerk’. Deze is gebouwd in 1839 en heeft een neoclassicistische stijl. Bijzonder is de entree; die bevindt zich in de zijgevel en niet aan de voorkant in de zuilengalerij.
Oude, smalle straatjes, dorpsboerderijen en vakwerkhuizen. De Pastoriestraat en de parallel gelegen Langestraat geven je dat typische dorpsgevoel. Ze behoren dan ook tot het oudste gedeelte van Hengelo.
Op nr. 53, staat het 17e-eeuwse Thomassonhuis. Genoemd naar een aannemer die zich hier in 1917 vestigde.Van origine is het een boerderij, daarna heeft het nog dienst gedaan als thuisweverij, boekdrukkerij en houtdraaierij. Ooit woonden er zelfs vijf gezinnen, elk met een eigen ingang. In de rechter
zijgevel zijn nog resten te zien van het oorspronkelijke gebintwerk.
Het oudste nog bestaande pandje van Hengelo: café ’t Neutje. Dit pand is zo’n vier eeuwen geleden gebouwd en fungeert al die tijd als kroeg. De zijgevel, bestaat onder andere uit leem, mest en stro. De voorgevel heeft een ‘gespleten persoonlijkheid': deels bepleisterd en deels gemetseld.
Dit is de eerste ‘open boekerij’ van Nederland. Het idee voor zo’n ‘free library’ speciaal voor arbeiders komt van de textiel- en metaalondernemer Charles Theodoor Stork. Ideeën hiervoor had hij opgedaan tijdens een studiereis naar Glasgow.
Jaren later doneert zijn zoon Coenraad Frederik Stork een bedrag van 50.000 gulden om een openbare bibliotheek op te richten, zodat iedereen in Hengelo er gebruik van kan maken. Tot 1986 vond de openbare bibliotheek hier aan de Vondelstraat haar onderkomen.
Ruim 100 jaar geleden startte Floris Hazemeijer hier een onderneming in het ontwikkelen en produceren van schakelmateriaal voor laagspanning. Hij begon klein, maar al snel groeide het uit tot een goedlopend bedrijf. Er werden grote fabriekshallen gebouwd en de werkgelegenheid nam toe.
In de jaren ’60 gaat het bedrijf samenwerken met o.a. HEEMAF en verandert de naam in Holec. In 2000 worden de drie Hazemeijer-vestigingen in Hengelo samengebracht en verhuist het naar het bedrijventerrein Westermaat. Dit industrieel erfgoed kreeg een herbestemming en werd prachtig gerenoveerd.
Nu vind je op het Hazemeijer o.a. een restaurant, Techniekmuseum Oyfo en verschillende (creatieve) bedrijven.
In de oude fabriek van Hazemeijer in Hengelo ga je op onderzoek uit door de verschillende zones met interactieve spellen, verken Oyfo als een ware uitvinder. Ontdek zelf hoe een telefooncentrale werkt of start eens een dieselmotor op.
Meer informatieIn Oyfo wordt de industriële ontwikkeling in Twente van de afgelopen 175 jaar in beeld gebracht.
Tuindorp ’t Lansink is één van de mooiste tuindorpen van Nederland. Dit sfeervolle stukje Hengelo is te danken aan textiel- en later metaalfabrikant C.T. Stork. Hij stichtte in 1867 de ‘Hengelosche Bouwvereniging’ en gaf daarmee de aanzet tot het denken over goede arbeiderswoningen.
Het waren zijn zoons die het plan in 1910 uiteindelijk ten uitvoer brachten. Inspiratie vonden zij in Engeland. Het werd een wijk met verschillende woningtypen, duur én goedkoop, grote tuinen en openbare parkjes. Arbeiders, bazen, ingenieurs en klerken woonden kriskras door elkaar!
Het geld voor de bouw werd bijeengebracht door de firma’s Stork, Dikkers & Co en Nederlandse Katoen Spinnerij. Architect Karel Muller maakte het ontwerp. De wijk - vrijwel aansluitend aan de fabrieksterreinen - werd vernoemd naar Het Lansink, de boerderij die het veld moest ruimen voor de woningen.
Bij de bouw werd met een aantal tradities gebroken. Was het destijds de gewoonte in het benedenhuis een slaapvertrek te hebben, nu kwamen alle slaapkamers op de bovenverdieping. Ook werd de keuken kleiner dan gebruikelijk. Gezinnen leefden niet langer in de ‘woonkeuken’, maar in de woonkamer.
Ook kregen alle huizen een closet met waterspoeling die werd aangesloten op de riolering. In grotere woningen werd zelfs een badkamer gebouwd. In de kleinere woningen werd een bad geplaatst in de keuken, onder het aanrecht. Het blad kon dan worden opgeklapt.
http://www.hotellansink.nl/
De sfeer van toen, met de kwaliteit van nu. Die combinatie maakt Tuindorphotel & Restaurant 't Lansink zo uniek. In het voormalige theehuis uit 1916 komt het beste van alle tijden bij elkaar.
In het restaurant, bekroond met één Michelinster, word je heerlijk in de watten gelegd en geniet je van fantastisch eten. Met passie klaargemaakt door patron cuisinier Lars van Galen.
De voormalige kleuterschool met gymzaal is tegen het huidige Tuindorphotel `t Lansink aan gebouwd. Boven de ingang stond oorspronkelijk `Bewaarschool`. Dit verklaart waarom de eerste zes letters iets anders van kleur zijn. De school is inmiddels opgeheven en het pand maakt nu deel uit van het hotel.
Voor de Brandweerkazerne rechtsaf slaan. Je loopt nu tussen de kazerne en het ROC gebouw door.
Het is een markant gebouw: de witgepleisterde toren van de Hengelose brandweerkazerne waarin nu brandslangen te drogen hangen. Hij is in 1917 gebouwd als watertoren voor de firma Stork. De toren leverde water aan een sprinkler installatie die branden moest blussen in de hier gevestigde modelmakerij
en de naastgelegen gieterij (nu ROC).
Dit gebouw was tot eind jaren '70 de ijzergieterij van machinefabriek Stork, opgericht door Charles Theodorus Stork (1822-1895). Charles zag dat de opkomende textielindustrie behoefte kreeg aan machines en startte in 1859 machinefabriek Stork & Meyling in Borne.
Vanwege ruimtegebrek (voor de productie van o.a. grotere stoommachines), verhuisde de fabriek in 1868 naar Hengelo. Stork groeide uit tot een multinational met afzonderlijke fabrieken voor o.a. weefgoederen, machines, hijswerktuig en drijfwerk en met gieterijen, een modelmakerij en een eigen school.
In hoogtijdagen werkten duizenden mensen bij Stork. Dit gebied groeide uit tot een van de grootste industrieterreinen van Nederland. Vanaf de jaren '70 begon de krimp; na de oliecrisis in 1973 sloten de gieterijen en vanaf de jaren ’80 verloor Stork de concurrentie van fabrieken in lagelonenlanden.
Veel oude, leegstaande fabrieken zijn gesloopt, maar gelukkig is deze gieterij bewaard gebleven en herbestemd tot ROC van Twente. De twee gietijzeren kolommen die de overkapping boven de entree ondersteunen, herinneren aan de oorspronkelijke functie van het gebouw.
Eén van de meest opvallende elementen binnen in het complex is ‘Jonas’: een enorme vergaderruimte op stelten in het hart van de oude gieterij. Deze zaal ‘zweeft’ in de ruimte en de wanden zijn afgezet met koperen schubben. Nieuwsgierig? Loop gerust even binnen (open tijdens schooluren).
De firma Stork was een van de eerste bedrijven in Nederland met een eigen fabrieksschool. Jonge arbeiders werden er geschoold in alle processen en disciplines die binnen het bedrijf aan de orde waren. De gedegen technische opleiding leverde Stork breed inzetbare vaklui met een sterke bedrijfstrouw.
Later werd de school ook voor meisjes opengesteld. De school uit 1826 werd in 1917 samen met de eerste HBS gehuisvest in de Wilhelminaschool. Het U-vormige gebouw heeft 2 bouwlagen. De centrale hal met trappenhuis heeft mooie glas-in-loodramen.
Achter de school staan twee betonnen koeltorens van de Stork-Krachtcentrale. Dit zijn de laatste nog bestaande koeltorens in de regio. De oorspronkelijke houten koeltorens werden in 1902 gebouwd en zijn in 1952 vernieuwd.
Links naast de voormalige school staat het ketelhuis met zijn bakstenen schoorsteenpijp, stammend uit ongeveer 1918. In zo’n ketelhuis wekte men door middel van verbranding stoom op, die op haar beurt gebruikt werd bij het aandrijven van de stoommachines.
De sociale binding van de Storkarbeiders aan het bedrijf werd gestimuleerd door de talrijke verenigingen die vanuit het bedrijf zijn opgericht en de ruimte die beschikbaar werd gesteld. Muziekvereniging Armonia, toneelvereniging Thalia, Stork's Mannenkoor, een bibliotheek, een bewaarschool en een
gaarkeuken kregen onderdak in het 'Vereenigingsgebouw' dat Stork in 1896 ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de onderneming aan het personeel schonk. Veel jubilea en officiële bedrijfsgebeurtenissen vonden sindsdien hier plaats en elk jaar werden er de diploma's van de fabrieksschool
uitgereikt. Er worden tentoonstellingen en lezingen gehouden. Politieke bijeenkomsten waren verboden. Het fraaie pand is uitgevoerd in de zogenaamde 'eclectische' bouwstijl met veel sierlijk houtwerk en een uitdragend zadeldak.
Loop voor Metropool langs, door de Stationshal. Je komt uit op het Stationsplein aan de voorzijde. Ga rechtsaf, langs de bussen tot aan het plantsoen. Je ziet aan de linkerzijde de ingang van het park.
Dit bijzondere gebouw, dat ’s avonds op z’n mooist is, is in 2009 geopend en werd prompt genomineerd voor het BNA (Bond van Nederlandse Architecten) Gebouw van het Jaar 2010. Het Metropool kent drie zalen; variërend van een kleine 100 m2 tot een zaal die ruimte biedt aan 800 bezoekers.
OV Fietsen beschikbaar in fietsenkelder
Ooit was dit plantsoen een enorme tuin die hoorde bij de villa van textielfabrikant Rudolf Adriaan de Monchy (1841 - 1913), in 1865 een van de oprichters van de Nederlandsche Katoenspinnerij (NKS). De Monchy trouwt met Anna Stork, zus van Charles Theodoor, en wordt zo opgenomen in de Stork-familie.
De Monchy wordt ook wel - samen met Charles Theodoor Stork - grondlegger van industrieel Hengelo genoemd. Het paviljoen in het park is in 1930 gebouwd als theehuis. Daarna heeft het ook nog dienst gedaan als volière en tentoonstellingsruimte. De muziekkoepel dateert van 1921.
Bij Paviljoen Groen kun je in de toekomst terecht voor een drankje aan het water, een kopje koffie met wat lekkers, lunchen, loungen, borrelen en dineren.
Op nr. 70 staat een opvallende Jugendstil villa, gebouwd rond 1900, met de bijzondere naam Drachenfels. Waarschijnlijk vernoemd naar een voormalige Duitse burcht, die op een dode vulkaan (de drakenrots) stond. Het toont de welvaart van Hengelo in die periode.
Op dit terrein stond tot 1928 de villa Drienerhof.
Hopelijk heb je genoten van de wandeltocht door Hengelo! Stichting landschap zet zich, samen met vele anderen, in voor behoud van landschappen en van cultuur. Dat kunnen we alleen met jouw hulp. Wordt daarom vriend van Landschap Overijssel voor maar 2,50 Euro per maand! Bedankt.
Gift doen met iDeal
Stichting Hengelo Promotie. Nagelopen en bijgewerkt door routevrijwilliger Wim Travaille.