Als kleinste roofdier van Nederland leidt de wezel een verborgen bestaan. Zijn favoriete leefgebied is een knus en rommelig landschap.
Wezel, bunzing en hermelijn vallen onder de kleine marterachtigen. Wat betreft aandacht en bescherming staan ze een beetje in de schaduw van meer bekende familieleden zoals das, steenmarter en otter. Je kunt gerust stellen dat wezels een beetje een onzichtbaar leven leiden. Hoewel ze ook overdag jagen, is het verdraaid lastig een wezel in de natuur te zien. Wat niet helpt is dat ze behoorlijk schuw zijn en dat ze vooral op beschutte plekken jagen. En ze zijn klein, je ziet ze niet zo snel.
Ivoorwit met chocoladebruin
Stel: je hebt geluk en je ziet tijdens een wandeling een marterachtige wegschieten. Hoe weet je dat het een wezel is? Veldgidsen en kenners omschrijven de vacht van een wezel als kaneelkleurig tot chocoladebruin. Zijn onderzijde is weer ivoorwit. Maar zijn familielid de hermelijn oogt min of meer identiek. Bij een wezel is de grens tussen het bruin en wit van zijn vacht een beetje grillig of gerafeld. Het is lastig, maar daarmee kun je hem het meest eenvoudig onderscheiden van een hermelijn. De overgangslijn tussen het bruin en wit van een hermelijn is juist strak en recht. Een ander kenmerk is de staart. De hermelijn heeft een zwarte pluim aan het uiteinde van de staart, de wezel niet. En een hermelijn heeft in de winter een witte vacht.


Klein diertje, kleine eter
Wezels houden van een kleinschalig (boeren)landschap met heggen, struiken, ruig grasland, rommelige erven en ook rietland bij water. Het Reestdal is een mooi voorbeeld van een gebied waar wezels zich thuis voelen. Ook het kleinschalige houtwallenlandschap van de Mandermaten in Twente is een echt wezellandschap. Het landschap moet voldoende dekking bieden, er moeten voldoende verblijfplaatsen zijn én misschien wel het belangrijkst: genoeg muizen. Wezels zijn roofdieren en een groot deel van de tijd jagen ze op prooien, vooral op woelmuizen, zoals veldmuis en rosse woelmuis. Ze speuren de plekken af waar de muizen zich verscholen houden, zoals dichte begroeiing, rommelhoekjes en holen. Dameswezels, die iets kleiner zijn, kunnen muizen tot in hun gangenstelsels achtervolgen en wurmen zich door openingen van nog geen 3 centimeter doorsnede. Gemiddeld eten ze 1 tot 2 woelmuizen per dag. Zijn er in een gebied geen muizen? Dan vind je er ook geen wezel.